Project oude letterkunde

Project Oudere Letterkunde

In 5 vwo maak je kennis met oudere letterkunde. Dat gebeurt in projectvorm en in een groep van vier of vijf leerlingen.Je kiest (of: krijgt toegewezen) een van de zeven projecten:

  • Ridderromans
  • Middeleeuws toneel
  • Rederijkers en Reformatie
  • De Gouden Eeuw in Amsterdam
  • Opvoeding door literatuur
  • Schrijvende studenten in Leiden
  • Nederland als koloniale macht
  • De Tachtigers en naturalisme

Het project bestaat uit een aantal fasen:

In periode 1 lees je de primaire en secundaire bronnen en bekijk je de video’s. Let op: iedereen leest alles. Dat is meteen het eerste boek op je lijst van dit jaar.

In periode 2 heb je een groepsgesprek met je docent over het gelezen materiaal. Jullie kennis van het onderwerp, maar ook eventuele vragen en onduidelijkheden komen daar ter sprake. Je maakt afspraken over de scriptie. Je doet voorstellen voor een onderzoeksvraag en een taakverdeling.

In periode 2 maken jullie een scriptie over je onderwerp. Je werkt de afgesproken vragen uit. Je gebruikt daarbij het template dat je op de pagina hierachter kunt vinden.

In periode 3 werk je je scriptie om tot een les van 30 minuten. In die les behandel je de teksten, je interpreteert ze en je schetst de historische achtergronden erbij. Je leest er delen van met de klas.

In periode 4 worden de lessen gegeven en volgt er een toets over de inhoud van die lessen.

Cijfers:

Voor oudere letterkunde krijg je een cijfer dat meetelt in het examendossier. Dat cijfer bestaat uit een beoordeling van de scriptie en een eindgesprek over de scriptie.

Ook krijg je een cijfer voor de les die je geeft.

Bezoek voor alle bronnen de website van meneer Thiel: Bronnen project oudere letterkunde.