Scriptie

Het is waarschijnlijk de eerste keer dat je min of meer serieus onderzoek doet naar een onderwerp. Maar het is – je bent vwo’er! – zeker niet de laatste keer. Eind dit jaar voor je PWS, op de universiteit of hogeschool: onderzoek doen is een belangrijke vaardigheid,

Bij een degelijk onderzoek hoort ook een degelijk verslag. En dat is iets anders dan het knutselwerkstuk dat je in de onderbouw maakte. Het onderstaande overzicht helpt je goed op weg.

SCRIPTIE OUDERE LETTERKUNDE

De scriptie oudere letterkunde bestaat uit de volgende onderdelen:

 

TITELBLAD

  • de titel van de scriptie
  • een ondertitel met omschrijving van het onderwerp
  • namen van de groepsleden
  • school
  • docent
  • datum
  • eventueel een passende illustratie

 

VOORWOORD

Het voorwoord is de persoonlijke noot bij de scriptie. Ter sprake kunnen komen:

  • een persoonlijke motivering van het onderwerp
  • ervaringen bij onderzoek, samenwerking en schrijven
  • dank voor adviezen en informatie
  • sluit altijd af met de namen van de groepsleden in alfabetische volgorde (op achternaam)

 

SAMENVATTING

Na het voorwoord volgt de samenvatting. Het doel van deze samenvatting is om lezers snel en overzichtelijk te informeren over de belangrijkste punten die in de scriptie aan de orde komen. De samenvatting moet dus los van de scriptie te lezen zijn. Een samenvatting moet informatief zijn: er wordt samengevat wat er is behandeld in plaats van dat er iets is behandeld.

 

Dus:

  • wat is de hoofdvraag of probleemstelling?
  • welke deelvragen zijn er en wat is op die deelvragen het antwoord?
  • wat is de samenhang tussen die onderdelen?
  • wat is het antwoord op de hoofdvraag of probleemstelling?

 

INHOUDSOPGAVE

Na de samenvatting volgt de inhoudsopgave. Hierin worden achtereenvolgens vermeld:

  • de inleiding (heeft geen hoofdstuknummer) en bijbehorend paginanummer;
  • de nummers en titels van de hoofdstukken en paragrafen
  • de notenlijst en bijbehorend paginanummer
  • de literatuurlijst en bijbehorend paginanummer
  • de nummers en titels van de bijlagen en de bijbehorende paginanummers

 

N.B.     Het voorwoord en de samenvatting worden niet genoemd in de inhoudsopgave, omdat zij vóór de inhoudsopgave staan.

 

INLEIDING

De inleiding van een rapport geeft de lezer een indruk van wat hij in het rapport kan verwachten. Bovendien moet een inleiding de interesse van de lezer opwekken, zodat die het rapport ook wil lezen.

 

De inleiding van een rapport is opgebouwd uit de volgende onderdelen

  • Alinea 1
    • motiverende opening: trekt de aandacht van de lezer
    • aanleiding (in dit geval: de lessen oudere letterkunde en wat er allemaal bijkomt)
  • Alinea 2
    • een duidelijke en goed afgebakende probleemstelling of centrale vraag
    • duidelijke en concrete deelvragen die afgeleid worden uit de probleemstelling
  • Alinea 3
    • een verantwoording van de gekozen methode van onderzoek
    • indien nodig: toelichting van beperkingen in het onderzoek
    • een vermelding van veel gebruikte literatuur (maximaal drie bronnen: auteur en titel van boek of artikel / naam website)
  • Alinea 4
    • een vooruitblik op de inhoud per hoofdstuk en een toelichting op de samenhang tussen de hoofdstukken.

 

KERN

In de kern komt in ieder geval ter sprake:

  • de historische achtergrond van de gelezen werken
  • de inhoud van de gelezen werken
  • herkomst en/of auteur van de gelezen werken
  • een interpretatie van de gelezen werken
  • hoe de gelezen werken passen in hun tijd
  • het belang van de gelezen werken voor literatuur en tijd

 

Uitspraken baseer je op

Alles wat je opschrijft, moet te controleren zijn. Werk dus met noten en literatuurverwijzingen.

Illustreer je hoofdstukken met plaatjes en citeer ook uit de gelezen werken.

 

NOTENLIJST

In een notenlijst kun je twee dingen kwijt:

  • een verantwoording van het citaat (dus: waar heb je dit vandaan, zo precies mogelijk)
  • opmerkingen en terzijdes; verduidelijkingen van de hoofdtekst: kleine uitweidingen die zonde zijn om niet te vermelden, maar die niet in de hoofdtekst thuishoren

 

Noten geef je in de hoofdtekst aan met een cijfer in superscript: in de taakbalk ziet dat eruit als een knop x-kwadraat . Als je samenwerkt is het verstandig ieder hoofdstuk te beginnen met noot 1.

LITERATUURLIJST

Hierin staan alle gebruikte bronnen in alfabetische volgorde vermeld. Je begint met de primaire bronnen, dan de secundaire.

 

Hoofdregels boek:

  • naam auteur (meerdere auteurs: alleen de eerste gevolgd door e.a.)
  • dubbele punt
  • de titel van het boek en de eventuele ondertitel
  • punt
  • drukgegevens
  • punt
  • plaats van verschijnen (niet te vinden: z.p.)
  • komma
  • jaar van verschijnen (niet te vinden: z.j.)
  • (eventueel komma
  • gebruikte pagina’s)

 

 

Leon de Winter: Zionoco. 1e druk. Amsterdam, 1992, p.100 – 116

 

Hoofdregel artikel:

  • naam auteur (meerdere auteurs: alleen de eerste gevolgd door e.a.)
  • dubbele punt
  • de titel van het artikel
  • punt
  • In
  • dubbele punt
  • naam van krant of tijdschrift
  • komma
  • datum van publicatie, pagina’s

 

Bert Thiel: Over de opa van Harry Potter. In: Bzzletin, maart 2004, p. 113 – 136.

 

Hoofdregel internet

  • naam auteur (meerdere auteurs: alleen de eerste gevolgd door e.a.)
  • dubbele punt
  • de titel van het boek en de eventuele ondertitel
  • punt
  • adres van de site
  • komma
  • datum van raadpleging

 

  1. de Grijs e.a.: Het leven in Roosendaal tijdens carnaval. www.dekolderinjekop.nl/brabant/carnaval, 11 november 2017

 

EISEN AAN DE LAY-OUT

  • de scriptie is ongeveer twintig pagina’s lang
  • het lettertype is goed leesbaar en 11 pt
  • zet nooit een punt achter titels
  • begin elk hoofdstuk op een nieuwe pagina
  • vermijd pagina’s met een of twee regels tekst
  • gebruik paginanummering, maar plaats geen nummer op het voorblad
  • zorg voor uniformiteit in lettergebruik en stijl
  • zorg voor helder en correct taalgebruik