Spelling V6

Spelling van een werkwoord

Je hebt het op de basisschool geleerd, het is je in klas 1, 2 & 3 uitgelegd: de spelling van het werkwoord. Wie zichzelf niet vertrouwt kan de regels nog een keer doorlezen, oefenen en oefenen met uitleg. (In de bovenbouw gaan we uit van maximaal 6 ft. op 50 opgaven.)c5fac92c909b8709442ddd74d8d109b3.png

Aaneenschrijven van woorden en samenstellingen

Wanneer schrijf je twee woorden aan elkaar, wanneer gebruik je een streepje en wanneer schrijf je ze niet aan elkaar? Vaak zien we dat studenten op goed geluk ergens een streepje tussen schrijven, terwijl iets eigenlijk aan elkaar geschreven hoort te worden. Daarnaast heb je weinig aan je spellingchecker wanneer het gaat over samenstellingen. Hieronder volgt daarom een samenvatting van de regels die hierover in Het Groene Boekje staan.

De eerste drie vuistregels die onthouden dienen te worden en nader toegelicht zullen worden, zijn de volgende:

  1. Een woordgroep wordt los van elkaar geschreven.
  2. Een samenstelling of een afleiding wordt aaneen geschreven.
  3. In enkele bijzondere gevallen worden samenstellingen of woordgroepen geschreven met behulp van een koppelteken (een streepje).

****************************************************************

Wat is een woordgroep?

Een woordgroep is een serie woorden die bij elkaar worden gehouden door een grammaticaal verband, zoals in een zin” (Het Groene Boekje, 2005). Een dergelijk verband hoeft daarom niet aangetoond worden in de spelling. Zie hieronder een aantal voorbeelden van een woordgroep:

Voorbeeld 1: Woordgroep

Het koninklijk instituut

Huis aan huis

7 maart 2010

Ad fundum

Te allen tijde

****************************************************************

Wat zijn samenstellingen en afleidingen?

Delen van een samenstelling worden aaneen geschreven. Als twee woorden samen een nieuwe betekenis hebben, dan wordt het verband hiertussen getoond door deze aan elkaar te schrijven. Dit gebeurt met samenstellingen die uit één of meer delen bestaan. Deze samenstellingen bestaan niet uit twee gelijkwaardige delen. Meestal zegt het ene woord iets over het andere. Zo kun je (zie voorbeeld 2) een stoel identificeren als een campingstoel en een bepaalde tactiek als een verdedigingstactiek. Zie voorbeeld 2.

Voorbeeld 2: Samenstelling en afleidingen

Kortetermijnplanning

Overnemen

Campingstoel

Veldbed

Verdedigingstactiek

Massagetherapeut

Aidsvirus

Infostand

****************************************************************

Als je een woord combineert met een voor- of een achtervoegsel (bijvoorbeeld pre-, on- of –lijk) dat niet als apart woord bestaat, dan heet het geheel een afleiding. Delen van een afleiding worden ook aan elkaar vast geschreven. Zie voorbeeld 3.

 

Voorbeeld 3: Delen van een afleiding

Onschuld (on-)

Schuldig (-ig)

Antiheld (anti-)

Pseudowetenschap (pseudo-)

Verdrietig (-ig)

Belangrijk (-rijk)

****************************************************************

Een samenstelling die moeilijk te lezen of te begrijpen is, kan verduidelijkt worden met behulp van een koppelteken. Zie voorbeeld 4. Dit doen we ook wanneer een woord op twee manieren gelezen kan worden en als uit de context niet blijkt wat bedoeld wordt. Zie voorbeeld 5.

 

Voorbeeld 4: Verduidelijking met een koppelteken

Tweedekansonderwijs

Tweedekans-onderwijs

Voorbeeld 5: Verduidelijking met een koppelteken

Valkuil

Valk-uil

Massagebed

massa-gebed

massage-bed

****************************************************************

Daarnaast worden driedelige combinaties waarvan het eerste deel wel bij het tweede hoort maar niet bij het derde aaneengeschreven: langebaanwedstrijd (een wedstrijd op de lange baan). Wanneer het eerste woord hoort bij het derde dan wordt het uiteengeschreven: korte baanwedstrijd (een korte wedstrijd op de baan).

****************************************************************

Wanneer gebruik je een koppelteken in samenstellingen en afleidingen?

Een koppelteken wordt gebruikt om de structuur te verduidelijken “of om een ongewoon woordbeeld te vermijden in een samenstelling” (Het Groene Boekje, 2005). Dit ongewone woordbeeld moet vermeden worden wanneer de elementen van een woord gelijkwaardig zijn, bij samengestelde aardrijkskundige namen, als het tweede element een hoofdletter heeft, als een van de elementen een cijfer, letter, symbool of initiaalwoord is, of in een samenstelling met een bijzondere voor- of nabepaling.

****************************************************************

Tussen gelijkwaardige elementen die naast elkaar worden geplaatst in een samenstelling wordt een koppelteken gebruikt. Het gaat hier om combinaties van twee of meer elementen die in principe allebei op de eerste of tweede plek zouden kunnen staan. Zo kun je hotel-restaurant zeggen, maar ook restaurant-hotel. In voorbeeld 6 vind je nog meer van dergelijke samenstellingen.

Voorbeeld 6: Gelijkwaardige elementen

Zwart-wit

Politiek-ideologisch

Dichter-botanicus

Extremistisch-links

Democratisch-liberaal-conservatief

****************************************************************

Je gebruikt ook een koppelteken als het eerste deel van de samenstelling verwijst naar een plaats of een bevolkingsgroep. Zie voorbeeld 7.

Voorbeeld 7: Eerste deel verwijst naar plaats of bevolkingsgroep

Nederlands-hervormd

Rooms-katholiek

Baskisch-nationalistisch

****************************************************************

Als een samenstelling van twee bijvoeglijke naamwoorden niet omwisselbaar is, dan moeten deze twee bijvoeglijke naamwoorden aan elkaar geschreven worden. Zie voorbeeld 8.

Voorbeeld 8: Twee bijvoegelijke naamwoorden niet omwisselbaar

Sociaalpsychologisch

Sociaalkritisch

Populairwetenschappelijk

Christendemocratisch

Ultranationalistisch

****************************************************************

Als een beroepsnaam vergezeld wordt door een bijvoeglijk naamwoord, dan worden de woorden los van elkaar geschreven. Zie voorbeeld 9.

Voorbeeld 9: Beroepsnaam met een bijvoeglijk naamwoord

Sociaal psycholoog

Klinisch bioloog

Algemeen secretaris

****************************************************************

Een tweedelig samengestelde aardrijkskundige naam en zijn afleidingen wordt geschreven met een koppelteken. Het gaat hier zowel om samenstellingen van aardrijkskundige namen als om aardrijkskundige namen met als linkerdeel Noord, Zuid, West, etc. Zie voorbeeld 10 en 11.

Voorbeeld 10: Samengestelde aardrijkskundige namen

Knokke-Heist

Latijns-Amerika

Noord-Holland

Nieuw-Zeeland

Voorbeeld 11: Koppelteken behouden in afgeleide vorm

Zuid-Hollands

Nieuw-Zeelander

Latijns-Amerikanen

****************************************************************

Je gebruikt een koppelteken in een tweedelige samenstelling voor of achter een cijfer, een aparte letter of een symbool, en ná een apostrof met een s. Zie voorbeeld 12.

Voorbeeld 12: Koppelteken bij cijfers, aparte letter, symbool en ná apostrof met een s

80-jarige

65+-kaart

y-as

tussen-s

mama’s-kindje

McDonald’s-maaltijd

****************************************************************

Wanneer een letter of een cijfer gebruikt wordt om een categorie aan te geven dan wordt het geheel als een woordgroep beschouwd. De delen worden dan los geschreven. Zie voorbeeld 13.

Voorbeeld 13: Letter of cijfer om een categorie aan te geven

Hepatitis B

Top 10

Vitamine B12

****************************************************************

Een samenstelling met een dergelijke woordgroep krijgt maar één koppelteken: Top 10-plaat.

****************************************************************

Een koppelteken moet gebruikt worden in een samenstelling voor of achter een initiaalwoord (een afkorting waarnaar verwezen wordt door alleen de letters te noemen, e.g. tv, en die je niet als woord kunt uitspreken). Zie voorbeeld 14.

Voorbeeld 14: Koppelteken voor of achter een initiaalwoord

Tv-kijker

IQ-test

Bedrijfs-ps-netwerk

****************************************************************.

In combinatie met de elementen: niet-, non-, bijna-, oud-, ex-, aspirant-, adjunct-, substituut-, chef-, kandidaat-, interim-, stagiair-, leerling-, assistent-, collega-, of meester-. En ook met elementen als –generaal, -president, -testamentair, -verbaal, of –militair. Zie voorbeeld 15.

Voorbeeld 15: Koppelteken grondwoord met een bijzondere voor- of nabepaling

Niet-rookster*

Oud-burgemeester

Ex-gedetineerde

Meester-opzichter**

Directeur-generaal

Minister-president

*Als oud voormalig betekent wordt het in een samenstelling aaneengeschreven.

**Alleen niet in meestergast en meesterbrein.

****************************************************************

Het wordt ook gebruikt in combinatie met een groep of werkstuk vernoemd naar een auteur of inspirator en met St.- of Sint-. Zie voorbeeld 16.

Voorbeeld 16: Koppelteken bij groep of werkstuk vernoemd naar auteur of inspirator

Regering-Kennedy

Zaak-Profumo

St.-Anna

Sint-Jozef

****************************************************************

Daarnaast wordt het gebruikt in een zelfnoemfunctie (een woord dat zichzelf presenteert). Zie voorbeeld 17.

Voorbeeld 17: Koppelteken in een zelfnoemfunctie

Ik-roman

Het-woord

Wij-vorm

****************************************************************

Bij samenstellingen met een klinkerbotsing gebruik je ook een koppelteken. Zie voorbeeld 18.

Voorbeeld 18: Samenstelling bij klinkerbotsing

Havo-opleiding

Vice-eersteminister

****************************************************************

Als het grondwoord een letter, cijfer, symbool of initiaalwoord is plaats je een koppelteken en niet een apostrof voor de achtervoegsels –achtig, -dom, -heid, en –schap. Zie voorbeeld 19.

Voorbeeld 19: Koppelteken in plaats van apostrof

TMF-achtig

21+-dom

****************************************************************

Een samenkoppeling wordt geschreven met koppeltekens. Van een samenkoppeling is sprake wanneer een vaste woordgroep één begrip vormt. Zie voorbeeld 20.

Voorbeeld 20: Samenkoppeling

Het staakt-het-vuren

Onze-lieve-vrouw

Het vrouw-zijn

****************************************************************

Samenkoppelingen uit andere talen behouden hun schrijfwijze. Zie voorbeeld 21.

Voorbeeld 21: Samenkoppelingen uit andere talen

A priori

Haute couture

Trompe-l’oeil

****************************************************************

Als je een samenstelling maakt waar een samenkoppeling deel van uitmaakt worden de koppeltekens tussen de woorden van de samenkoppeling behouden. De samenkoppeling wordt dan vast geschreven aan het andere deel van de samenstelling. Zie voorbeeld 22.

Voorbeeld 22: Samenstelling met een samenkoppeling

Doe-het-zelf

Doe-het-zelfzaak

Nek-aan-nek

Nek-aan-nekrace

Kat-en-muis

kat-en-muisspel